backgroundtop
Logo van devoet.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE VOET / KRAAKBEENSCHADE (ARTROSE)
<a href="http://adobe.com/go/getflashplayer"><img src="http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif" alt="Get Adobe Flash player" /></a>

KRAAKBEEN-

SCHADE (artrose)

Gewrichtsoppervlakken worden bekleed met een gladde kraakbeenlaag, die samen met het gewrichtsvocht (synovia) voor het soepel bewegen van de enkel moet zorgen. Door slijtage kan verlies van kraakbeen optreden en hiermee krijgt het gewricht bot op bot contact. Dit kan aanleiding tot pijn, zwelling en verstijving van het enkelgewricht geven. Daarnaast kunnen er botwoekeringen (osteofyten) aan de rand van het gewricht ontstaan en kan de gewrichtsspleet als gevolg van verlies van kraakbeen vernauwen.

Kraakbeenverlies kan door verschillende oorzaken ontstaan. Een trauma (breuken, enkelbandletsels) kunnen ten grondslag liggen. Andere oorzaken kunnen onder andere de leeftijd of reumatoïde artritis zijn.

 

Symptomen kraakbeenschade

Bij enkelartrose is er over het algemeen veel pijn als het gewricht na een rustperiode in beweging komt. Hierbij is (ochtend)stijfheid een bekend verschijnsel. De artrose gaat vaak gepaard met zwelling, waardoor de pijn ook in rusttoestand aanwezig kan zijn. Daarnaast is er een bewegingsbeperking aanwezig in het gewricht en is het mogelijk dat er sprake is van een standsafwijking.

 

Onderzoek en diagnose bij kraakbeenschade

De klachten, de voorgeschiedenis en het lichamelijk onderzoek zorgen ervoor dat de arts een diagnose kan stellen. Hierbij kan rontgendiagnostiek een bevestiging geven of andere afwijkingen aantonen.

Soms wordt een ct-scan gemaakt om naast het bovenste spronggewricht ook het onderste spronggewricht op artrose te beoordelen.

Een mri-scan is over het algemeen niet nodig omdat deze met name weke delen (kapsel, banden, spieren) laten zien.

 

Conservatieve behandeling bij kraakbeenschade

Artrose is een proces dat nog nauwelijks te genezen is. Behandelingen die mogelijk zijn dragen bij aan het verlichten van de pijn en het behouden van de functies.

Over het algemeen zal er in eerste instantie een conservatieve behandeling worden gestart. Deze behandeling kan bestaan uit het gebruiken van pijnstillende en ontstekingsremmende medicatie om de zwelling en pijn te verminderen. Daarnaast kan een gewrichtsbeperking door middel van het dragen van een brace eraan bijdragen de belasting op het enkelgewricht te verminderen. Ook het gebruik van een stok of kruk kan helpen de belasting op de enkel te verminderen. Fysiotherapie kan raadzaam zijn om de beweeglijkheid en functie te handhaven of verbeteren.

Het is mogelijk om een of meerdere injecties met ontstekingsremmers (corticosteroïden) of synthetisch smeermiddel (hyaluronzuur) in het enkelgewricht te geven. Zooltjes of orthopedische schoenen kunnen de klachten doen verminderen door de druk op het enkelgewricht te verplaatsen.

 

Operatieve behandeling kraakbeenschade

Als de klachten ondanks de interventies niet acceptabel zijn kan er een operatief traject gestart worden. Het is van een aantal factoren afhankelijk welke ingreep nodig is. Hierbij is onder andere de ernst van de artrose van belang, de mate van klachten, de stand van de enkel/achtervoet en de kwaliteit van de aangrenzende gewrichten.

 

Kijkoperatie (arthroscopie)

Bij een milde tot matige slijtage van het enkelgewricht kan het gewricht middels een kijkoperatie worden schoongemaakt (nettoyage). Dit kan met name een gunstig effect op de pijn hebben. Het nadeel van deze operatie is dat de klachten (bijna) altijd op termijn terugkomen en dat de duur en mate van de klachtenvermindering niet goed te voorspellen is.

 

Enkelarthrodese

Als er ernstig invaliderende slijtage van de enkel aanwezig is dat met veel pijn en bewegingsbeperking gepaard gaat is alleen het schoonmaken van het gewricht niet de uiteindelijke oplossing. De orthopedisch chirurg kan in zo’n geval het bovenste spronggewricht vastzetten, de zogenaamde enkelarthrodese operatie. De ingreep heft de functie van het bovenste spronggewricht op door de beschadigde gewrichtsvlakken te verwijderen en de botuiteinden aan elkaar vast te zetten. Door middel van schroeven of soms een plaat of pen worden de botten in de juiste positie gefixeerd totdat deze helemaal aan elkaar gegroeid zijn (dit duurt gemiddeld 9 tot 12 weken). Over het algemeen is deze ingreep succesvol en zijn patiënten tevreden over het resultaat. Het vermindert de pijn aanzienlijk, al is het gewricht niet meer normaal te gebruiken. Door de pijnvermindering neemt de bewegingsvrijheid toe en ook het looppatroon wordt nauwelijks veranderd. Het voordeel van een enkelarthrodese is dat voor de rest van het leven de pijn van de artrose is opgelost. Het nadeel is dat er geen beweeglijkheid meer in het bovenste spronggewricht zit en dit na tientallen jaren overbelasting tot slijtage van de achtervoetsgewrichten kan leiden.

 

Enkelprothese

Het is van een aantal oorzaken afhankelijk of er gekozen wordt voor een enkelarthrodese of voor een kunstenkel (enkelprothese). Dit hangt onder andere af van de leeftijd, het activiteitenniveau, de stand van de enkel en de oorzaak van de gewrichtsslijtage. Het voordeel van een prothese is dat de beweeglijkheid van de enkel blijft bestaan. Het nadeel is echter dat de prothese een beperkte levensduur heeft.

 

De beschadigde kraakbeenoppervlakken kunnen worden vervangen door een prothese. De enkelprothese bestaat uit drie delen.

  1. Een metalen (chroomkobalt) component voor het scheenbeen
  2. Een metalen (chroomkobalt) component voor het sprongbeen (talus)
  3. Een plastic (polyethyleen) component die tussen de twee andere delen wordt geschoven

 

Voor de fixatie van de twee metalen componenten wordt geen botcement gebruikt. De achterzijden zijn bekleed met hydroxyapatiet (keramisch materiaal met een grote biocompatibiliteit), wat de ingroei van het bot gaat bevorderen waardoor de prothese als het ware vastgroeit. De prothesecomponenten zijn in verschillende grootten beschikbaar om het zo goed mogelijk aan te laten sluiten. Er zijn verschillende diktes noodzakelijk om de balans tussen de banden in evenwicht te brengen. Het nieuwe enkelgewricht mag namelijk niet te los, maar ook niet te stijf zijn.

Bij de operatie wordt er een incisie gemaakt en wordt het enkelgewricht blootgelegd. Vervolgens worden eventuele botwoekeringen (osteofyten) verwijderd om goed zicht in het gewricht te krijgen. Aan de hand van de maat van de prothese en de balans tussen de banden worden de versleten kraakbeenoppervlakken (tezamen met een kleine hoeveelheid onderliggend bot) verwijderd. Vervolgens wordt er een proefprothese met dezelfde afmetingen als de definitieve prothese geplaatst. Hiermee kan de chirurg het uiteindelijke resultaat evalueren en eventueel nog aanpassen. Vervolgens worden de definitieve prothesecomponenten geplaatst. Als laatst wordt er een open gipsverband aangelegd, welke na 10 dagen wordt vervangen door een loopgips. Dit loopgips zal nog gedurende enkele weken gedragen dienen te worden. Als de periode met loopgips is afgelopen dient er gestart te worden met fysiotherapie om de functie van de enkel te verbeteren. Hierbij zal in eerste instantie de aandacht op de beweeglijkheid van de enkel liggen en vervolgens op actieve oefentherapie.

Het bewegingsbereik van een enkelprothese ligt op ongeveer 30 graden. Dit is voldoende voor het gebruik van de enkel in het dagelijks leven. De levensduur van de prothese hangt af van de activiteiten die ermee verricht worden. Sporten als wandelen, zwemmen en fietsen mogen hierbij geen problemen meer geven. Loopsporten zijn verboden! Het grootste deel van de protheses is na 15 jaar nog in goede conditie. Bij loslating van de prothese bestaan er technieken om de prothese eventueel te vervangen.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL